recensie


Theater als unieke ervaring: ‘Het ligt in uw handen’

Argeloze bezoekers van theatervoorstellingen lopen tegenwoordig het risico in donkere kamers opgesloten te worden. Daar worden ze dan door hees fluisterende actrices beetgepakt of geaaid. Of ze moeten in aparte hotelkamers plaatsnemen, in bed gaan liggen en zich laten instoppen door een acteur.

Boukje Schweigman liet groepjes publiek in een afgesloten bol op een plas water drijven. Heel gezellig, totdat opeens de bodem onder ieders voeten wegzakte. Op het strand van Terschelling kregen toeschouwers bij Jaarringen van theatergroep SLEM felgekleurde jurken aangemeten, vervolgens namen ze deel aan een rondleiding door een gigantische zandsculptuur en ten slotte mochten ze zelf hun eigen zandcreatie scheppen.

Wie kan zeggen dat hij theater altijd begrijpt? Dat hij voortdurend en binnen no time door heeft wat een theatermaker nu eigenlijk wilde zeggen met een voorstelling. Of dat het voor hem een koud kunstje is om de kwaliteit van zelfs het meest grensoverschrijdende theaterexperiment te duiden?

De auteurs van de artikelen die nu gebundeld zijn in het boekje Het ligt in uw handen in ieder geval niet. In deze uitgave van theaterschrift Lucifer en Domein voor Kunstkritiek wordt een lans gebroken voor het niet weten, voor de twijfel die theatercritici en andere professionele theaterbezoekers niet zelden ondervinden na het zien van dergelijke voorstellingen, van werk dat uitblinkt in het serveren van een uiterst persoonlijke ervaring.

Maar deze bundel gaat verder dan dat. Naast het zogenaamde ervaringstheater, wordt er door de auteurs ook niet-begrijpend gekeken naar uitgesproken multidisciplinaire voorstellingen. Hierin wordt het publiek vaak expliciet aangesproken op de verwachtingen en vooroordelen die het heeft omtrent een bepaald genre, die dan vervolgens mooi niet ingelost worden. Zo heeft Oscar Kocken met stijgende verbazing zitten kijken naar een dansvoorstelling waarin niet gedanst werd. Hij heeft zijn gedachten opgetekend in een vermakelijke ‘uit de kluiten gewassen column’.

In een ander artikel doet Katja Hieminga verslag van een aantal interculturele voorstellingen die ze zag en hoe deze vraagtekens zetten bij de culturele identiteit van de toeschouwers. De vraag is hier: hoe kunnen we de artistieke waarde van dergelijke multiculturele producties begrijpen?

Onder de tamelijk generaliserende noemer ‘hedendaags theater’ worden in Het ligt in uw handen drie verschillende soorten voorstellingen verzameld: die waarin het publiek een fysieke ervaring ondergaat, die waarin het wordt geconfronteerd met genrevooroordelen en die waarin wordt geprobeerd het publiek verder te laten kijken dan hun cultureel bepaalde horizon. Het verloop en de ervaring van dit soort theater ligt vaak grotendeels in de handen van de toeschouwer. Maar hoe dan verder? Wat voor criteria moet deze toeschouwer aanwenden om zulke puur persoonlijke ervaringen te beoordelen? Wat is de waarde ervan? Het is een vraag die vooral theatercritici bezighoudt, want hoe recenseer je dergelijk ervaringstheater zonder in elke zin het woord ‘ik’ te gebruiken of het verrassingseffect teniet te doen?

De auteurs van de negen artikelen in deze bundel zeggen het dus niet te weten. Openlijk zoeken ze naar manieren om hun bevindingen onder woorden te brengen. Redacteuren Cecile Brommer en Sonja van der Valk stellen dat hier moed en tijd voor nodig zijn. ‘Onze auteurs hadden die moed.’ Een lovenswaardig initiatief. De vraag is alleen of dit niet een al te veilige en vrijblijvende stellingname is. Er wordt een nieuwe theaterstroming gesignaleerd, maar in plaats van in te gaan op de kwalitatieve aspecten ervan, wordt er gepleit voor een uitstel van beoordeling. Terwijl er juist behoefte is aan een bruikbare maatstaf.

Stoutmoedig wordt er ook geëxperimenteerd met de vorm van de artikelen. Een dagboek, column of dialoog staat hier probleemloos tussen afstandelijkere beschouwende artikelen. Zo kan het dat een aangenaam licht artikel van Asis Aynan over zijn vergeefse pogingen om een ‘Marokkaans publiek’ de theaters in te praten in dezelfde publicatie staat als een doorwrochte analyse van Liesbeth Groot Nibbelink. Ze plaatst hierin de rol van de toeschouwer in historisch perspectief. Ook theatermakers als Robert Wilson, Peter Handke en Botho Strauss zagen het namelijk enkele decennia geleden al als hun taak om het publiek in verwarring te brengen.

Niet alleen de vorm van de artikelen, maar ook de vormgeving van het boekje voldoet welbewust niet aan de verwachtingen. Vanwege de ringband en omdat de pagina’s naar boven omgeslagen worden, ligt het boekje wat anders in uw handen dan normaal. Maar een prettige leeservaring staat dat niet in de weg. Rest alleen nog de vraag: nu het in onze handen ligt, wat moeten we ermee?

Uitgegeven door Domein voor Kunstkritiek, 2008, 128 pp. ISBN 978-90-79459-01-8 www.domeinvoorkunstkritiek.nl

een recensie voor Theatermaker, nr 04, mei 2008

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments