recensie - Geslacht - Het Toneel Speelt


Teleurstellend ‘Geslacht’ bij Het Toneel Speelt

Teleurstellend ‘Geslacht’ bij Het Toneel Speelt

Teleurstelling volgt op teleurstelling in Geslacht van Het Toneel Speelt. De drie veertigers Harco, Ralf en Chra voelen zich te grazen genomen door het leven. Alle dromen en verlangens die ze ooit hadden zijn verworden tot frustraties en cynisme. Harco, een linkse wethouder, is zijn idealen vergeten. Zijn vriendje, Speedo, is gevlucht uit de Chileense sloppenwijken. Ralf en Chra zitten muurvast in een liefdeloos huwelijk. En de ambitieuze Chra, die ooit zakenvrouw van het jaar wilde worden, krijgt kanker voor de moeite.

Rob de Graaf schreef het bij vlagen pikzwarte Geslacht in 2004, speciaal voor de kleine, experimentele toneelgroep Dood Paard. Het Toneel Speelt brengt nu deze tekst, destijds slechts door een kleine groep liefhebbers gezien, naar de grote schouwburgzalen. Ger Thijs regisseert. De Amsterdamse toneelgroep wil zo een opvoeringstraditie van uitstekende Nederlandse toneelteksten in gang zetten. Een bewonderenswaardig initiatief, met helaas een teleurstellende uitkomst.

De Graafs zware tekst is inderdaad uitmuntend. Voor deze toneelauteur is taal belangrijker dan verhaal. Het is kille poëzie van de meest duistere soort. De tekst is feitelijk een lang betoog over de zinloosheid van het menselijk bestaan, gevat in filosofische krachttermen en creatieve verwensingen.

Maar deze rechttoe rechtaan enscenering van Thijs wekt, naast een sporadische glimlach, toch vooral irritatie en verveling op. Er wordt veel te overdreven en gemanierd geacteerd. Acteurs Mark Rietman, Carine Crutzen en René van Zinnicq Bergmann buitelen over elkaar heen met hun geschreeuw en gedoe. Crutzen is als cynische feeks Chra het ergst. Na tien minuten heeft de actrice al haar kruit verschoten, zodat haar personage slechts een hysterische karikatuur blijft. Rietman is als eco-homo Harco iets meer ingehouden, maar even vlak.

Zo wordt al snel schrijnend duidelijk dat Geslacht helemaal niet het well-made play is waar Thijs het voor aanziet, geen keurig toneelstuk met een kop en een staart, en daartussen mooi aangeharkte bedrijven. Geen moderne Who’s Afraid of Virginia Woolf, het stuk van Albee waarnaar nadrukkelijk wordt verwezen. Op het podium: een prominent aanwezige, blauwe designbank, een hoogpolig tapijt en een tafeltje. Overal staat drank. Daarachter hangt een enorm portret van een meisje, een symbool voor de onschuld en onbedorvenheid van de jeugd waar al deze melancholische figuren naar terugverlangen. Een herinnering aan het nageslacht dat geen van allen ooit zal krijgen. Het is allemaal wel erg letterlijk.

Symptomatisch is dat de namen van drie van de vier personages versimpelt zijn. Harco, Ralf en Speedo heetten in De Graafs oorspronkelijke tekst Attergal, Yokram en Kilo. Alles wat raar en tegendraads was aan Geslacht lijkt te zijn toegedekt in deze fatsoenlijke en realistische regie.

Zo veranderen de personages onherroepelijk in verongelijkte zeikerds die hun gram proberen te halen voor een verneukt leven. Weg poëzie.

Dat De Graaf zijn schetsmatige personages in dit stuk op de slachtbank legt en ze zo dwingt hun grootste angsten uit te roepen, dat Geslacht bestaat uit vier door elkaar geweven monologen der wanhoop, waarin allen zich vastklampen aan het leven dat ze verafschuwen, omdat dit het enige is wat hen nog rest, dat is nog maar moeilijk te zien.

Stadsschouwburg Amsterdam, 17 april. Tournee t/m 10 juni. www.hettoneelspeelt.nl

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments

1 Reactie