Het lijkt misschien leuk om samen met vrienden een voorstelling te maken, maar is dat een goede reden om het ook te doen? Acteurs Sanne Vogel, Egbert-Jan Weeber en Tygo Gernandt kennen elkaar uit theater- en filmproducties (Van God los en Het Schnitzelparadijs bijvoorbeeld), en herkenden in elkaar een bepaalde intensiteit waarmee ze hun vak uitoefenen. Het leuke, maar wispelturige RAAF is hun lang gekoesterde, gezamenlijke voorstelling.
Vogel schreef een tekst over twee van huis weggelopen broers die op het dak van een parkeergarage wonen. Ravian (Weeber) heeft het Aspergersyndroom en verzorgt een nest raven. Zijn broer Rico (Gernandt) steelt handenvol Milky Wayrepen, waar ze zo’n beetje op leven. De onverwachte komst van een nieuwsgierig tienermeisje met een digitale videocamera (Vogel) zou voor consternatie moeten zorgen bij de jongens. Maar de sfeer blijft opvallend gelaten.
Dat ligt niet aan de acteurs. In de regie van Ivar van Urk zijn alledrie boeiend. Vogel is lekker stoïcijns als het bleue rijkeluismeisje met haar fascinatie voor de vieze zwerfjongens. En Weeber is, zonder terug te hoeven vallen op een arsenaal aan hysterische tics, opvallend geloofwaardig als de jongen met Asperger. Vooral in de filmbeelden die in de voorstelling verwerkt zijn.
Minder overtuigend is de tekst. Er gebeurt gewoon te weinig, waardoor de spanningen tussen de personages nooit concreet worden gemaakt. Grote stukken tekst draaien om een rare anekdote of een grapje. Soms leuk en soms flauw, en soms onverstaanbaar.
En zo kabbelt het stuk voort. Totdat in de laatste minuten van het dikke uur dat RAAF duurt opeens alle dramatische wendingen plaatsvinden. De grote vraag na afloop is vooral: en nu?
Leidse Schouwburg, 27 oktober. www.allesvoordekunsten.nl
Hooi. Nou Sanne Vogel heeft de tekst geschreven, en de tekst is ook goed. En het is niet saai. Doei