recensie


Suffe Simons en overdadige Peymann op Ruhrtriennale

Hoe een jonge prins en een jonge vrijheidsstrijdster zich het hoofd op hol laten brengen; de hoofdpersonen in Heinrich von Kleists Prinz Friedrich von Homburg en Friedrich Schillers Die Jungfrau von Orleans delen een onbesuisde geest en een hoogromantische passievolle manier van leven. De twee voorstellingen konden echter niet verder uit elkaar liggen. De twee oerDuitse stukken zijn onderdeel van de Ruhrtriennale – een highbrow theaterfestival in het Duitse Ruhrgebied met werk van veelal gevestigde regisseurs en gezelschappen.

Johan Simons bijvoorbeeld. Eerder op het festival was hij al te zien met een bewerking van Merlin. De regie van Die Jungfrau von Orleans was in handen van de Duitse Claus Peymann, die inmiddels 40 jaar in het vak zit en nu op de Ruhrtriennale bejubeld wordt.

Een contemplatieve en ingehouden voorstelling is het niet geworden. Drie uur lang rennen de acteurs over een hellend podium – met zwaarden, speren, complete harnassen of enorme rokken. Bloed vloeit, stenen rollen van het podium af en vanuit de nok van de industrialistische Jahrhunderthalle in Bochum dwarrelen bloemblaadjes over de koning. Er gebeurd veel, maar die overdaad schaadt uiteindelijk de diepgang van de voorstelling. Peymann schrapt ook nog eens flink wat van Schillers tekst, maar weet daarbij, ongelukkig genoeg, nog een kleine twintig personages en evenzoveel verhaallijnen te behouden. Oppervlakkigheid in Schillers versie van het leven van de Franse vrijheidsstrijder Jeanne d'Arc is het gevolg.

Hoewel ook het spel van de acteurs licht overspannen overkomt, is het desondanks niet moeilijk om te genieten van de jonge Charlotte Müller als Johanna, de jonkvrouw uit Orleans. Haar ingeleefde spel is intens en bijdehand, precies zoals de zelfverklaarde bevrijder van Frankrijk dat ook is. Met schijnbaar gemak draagt ze de amusante voorstelling.

Stilistisch gezien, is er geen grotere tegenhanger van Peymanns Die Jungfrau von Orleans te bedenken, dan Johan Simons Prinz Friedrich von Homburg. Ingetogen, sober en donker is Simons enscenering bij het Müncher Kammerspiele. De Ruhrtriennale programmeerde de voorstelling in de monumentale schouwburg in Duisburg.

Maar het sprankelde noch sidderde daar. En dat is raar, want Von Kleists grappige en soms zelf frivole tekst doet dat zeker wel. Net zoals jonkvrouw Johanna is de prins (Paul Herwig) een opvliegerig en passievol personage. Een romantische ziel, die niet weet wat hij met zichzelf aanmoet. Op de meest ongepaste momenten valt hij in slaap, zoals tijdens de uiteenzetting van een aanvalsstrategie. Dan weer trekt hij als een ongeleid projectiel ten strijde. Natuurlijk brengt zulk gedrag de jonge prins in problemen. Als hij een directe order van de vorst negeert en ook nog diens dochter verleidt, wordt de prins gevangen gezet en ter dood veroordeeld.

Een blinkende en van smetteloos aluminium gefabriceerde wc-pot die in die cel staat, domineert de mooie strakke vormgeving van Jan Versweyveld. Twee haaks op elkaar geplaatste spiegelwanden bewerkstelligen verder een fascinerend bevreemdend effect. Wat is echt en wat niet? De prins droomt en slaapwandelt zich door het leven. In Simons visie echter staat de hele acteursgroep op het toneel een beetje voor zich uit te dromen en dat is jammerlijk slaapverwekkend.

Ruhrtriennale: Prinz Friedrich von Homburg van Heinrich von Kleist, regie Johan Simons. Die Jungfrau von Orleans van Friedrich Schiller, regie Claus Peymann. 9 en 10 oktober. Festival t/m 14 oktober. www.ruhrtriennale.de

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments