recensie


Slap gelul in de Biergarten

Er wordt zwaar gediscussieerd, er wordt slap geluld en er wordt intens gevloekt. Maar er wordt vooral veel bier gezopen.

Voor Jetlag – een nieuwe productie van d’Electrique, geschreven en geregisseerd door Ko van den Bosch – is de grote zaal in Frascati omgebouwd tot Biergarten. Het publiek zit aan lange rijen met houten tafels en banken. In het midden van de zaal staat een immense bar.

Zes acteurs en acht mimespelers vormen samen de stamgasten van dit duistere hol. Ze hangen aan de bar, liggen op de grond en zitten tussen het publiek. Het dranklokaal is een toevluchtsoord voor randfiguren. Voor de vrouw (Harriët Stroet) die op een paradijseiland van Veronica haar vagina op haar rug heeft laten transplanteren. Voor een eenzame jongen in een bomberjack (Horace Cohen) die zegt als bemiddelaar in Beslan te hebben gewerkt. En dan is er nog Frank Lammers die min of meer zichzelf speelt.

Ontregeling en discontinuïteit zijn zoals altijd bij Van den Bosch de regel. Dialogen worden onderbroken met dansnummers op en tussen de tafels. Muziek wordt achterstevoren afgedraaid. Een loeiharde ringtone verstoort op ongepaste momenten een gesprek.

Er gebeurt veel in twee uur, maar toch wil het maar niet spannend worden, deze voorstelling. Van den Bosch’ absurde dialogen zijn soms grappig, soms schrijnend, maar soms ook niet te verstaan. Daarbij is het jammer dat Jetlag – ondanks het grootse decor – nauwelijks boeiende beelden oproept. Er wordt veel geouwehoerd, maar echt iets opzienbarends krijgen we eigenlijk niet te zien in deze Biergarten.

Jetlag van Ko van den Bosch door d’Electrique, regie Ko van den Bosch. Theater Frascati, Amsterdam, 9 maart. Daar te zien t/m 17 maart

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments