Vluchtelingen en asielzoekers zijn terugkerende figuren in het theater. Dankbaar zijn ze, omdat ze vaak onthutsende verhalen met zich mee dragen, over de verschrikkingen van oorlog bijvoorbeeld. Het gevaar is dat deze verhalen een sentimentele aangelegenheid kunnen worden.
Tolken van het Amsterdamse Theater Rast en de Gentse toneelgroep Ceremonia trapt niet in die val. Niet direct. Het bijzondere aan deze voorstelling is de vorm waarin theatermakers Eric de Volder en Şaban Ol het bekende asielzoekerverhaal hebben gegoten. Ze laten een mooie donkere en sober aangeklede droomwereld zien, waarin karikaturen van personages rondlopen die in absurdistische situaties verzeild raken. Met sferische muziek.
De uitgeprocedeerde Désiré Mombaka woont in een koffer. Letterlijk. Als een soort slangenmens komt acteur Hendrik-Hein van Doorn uit zijn te krappe verblijfplaats tevoorschijn. Een aantal dubieuze figuren ontfermen zich dan over hem en proberen hem zijn levensverhaal te ontfutselen. Er zijn een schrijver (Johan Knuts), een ambtenaar met kafkaëske trekjes (Benjamin van Tourhout) en een inerte nieuwslezeres (Ineke Nijssen). Iedereen draagt een afschrikwekkend masker van schmink.
Er wordt in een mengelmoes van Nederlands, Engels, Frans en een praktisch onverstaanbaar Vlaams dialect verslag gedaan van alles wat de immer glimlachende vluchteling in België overkomt. Vaak even grappig als associatief.
Maar als dan uiteindelijk toch het wrede verleden van Mombaka verteld moet worden – of het waar is, blijft in het midden – verliest de voorstelling aan oorspronkelijkheid. Het verhaal (ook nog eens integraal herhaald door de tolken) brengt een ongenietbare pathetiek met zich mee. Het wordt bovendien op een nodeloos ingewikkelde manier verteld. Een schril contrast met het stemmige en zo beeldende begin.
Stadsschouwburg Utrecht, 19 maart. www.rast.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments