In de duinen staan operazangers van de Nationale Reisopera. Ze zingen Robinson Crusoë. De band Kyteman begint op de veerboot uit Harlingen spontaan te jammen. In het Pedalpowered Internetcafé op het festivalterrein zijn de computers aan hometrainers gemonteerd – een mailtje versturen kost er slechts een eindje fietsen.
Terschellings Oerol Festival biedt een totale theaterervaring. Dan mag het ervaringstheater uiteraard niet ontbreken. Het type voorstelling waarbij publiek niet veilig op een tribune zit, maar samen met de theatermakers op verkenning gaat, een onderzoek verricht of gaat schatgraven.
Theatermaakster Judith Hofland is verantwoordelijk voor een van de engste ervaringen op Oerol. Zij maakte het ingenieuze en prachtig uitgevoerde Met open ogen, een videotour. Elke toeschouwer loopt in zijn eentje door West Terschelling, met in de hand een iPod met instructies. Wat begint als een onschuldige wandeling door de pittoreske jachthaven verandert gestaag in de grootste nachtmerrie die een Oerolbezoeker kan overkomen. Mondkapjes, traumahelikopters en journaallezers komen voorbij. Hofland leidt je door steeds minder openbare ruimtes en locaties. Met een weergaloze mindfuck als finale.
Stukken minder overdonderend en eigenlijk niet verwarrend genoeg is Waai van locatietheaterexperts Rieks Swarte en de Peergroup. Met het fictieve Koninklijk Nederlands Waai Instituut hebben ze kamp opgeslagen in een weiland. Bezoekers worden rondgeleid door dit zogenaamde onderzoekscentrum en kundig gemaakt in het fenomeen ‘waai’. Dat dit begrip vaag blijft, is de bedoeling. Evenals de aandoenlijke knulligheid van acteurs en installatie. Maar het blijft een beetje mager qua ervaring.
Dan De legende van Woesterdam van het Vlaamse Studio Orka. Deze voorstelling is een stuk schattiger en spannender dan de Suske en Wiske-achtige titel doet vermoeden. Terwijl het publiek achter de twee acteurs aan rent, van hun hutje naar een duinmeer en terug, vertellen de twee een verhaal van mythische proporties. Over buikvlinders en een heilige appel die verborgen ligt in het meer. Over liefde dus. Het mooie is dat lang niet alles aan de verbeelding wordt overgelaten. Het mysterie wordt ontrafeld waar het publiek bij staat.
De legende van Woesterdam is jeugdtheater. Maar ook leuk voor volwassenen, getuige de onaflaatbare stroom woordgrapjes en dubbelzinnigheden en het speels vertelde liefdesverhaal dat ver weg blijft van kinderachtig sentiment.
Dat laatste geldt in principe ook voor de voorstelling ’s-Heerskinderen van een andere jeugdtheatergroep op Oerol, Theater Artemis. Eveneens een liefdesverhaal. Geen ervaringstheater dit keer, publiek zit netjes in de bankjes van het oude kerkje van Midsland. Maar het verhaal dat Jeroen van den Berg schreef, komt slecht uit de verf.
Fabian Jansen en Alejandra Theus spelen een jong stel dat elkaar kent uit het Leger des Heils en na jaren weer ontmoet. Hij speelt nog altijd in de brassband. Zij is de gevallen engel die het Leger – en daarmee hem – verliet. De oude liefde blijkt nog in tact. Maar trots en God en hoop spelen de twee kinderen parten. Verder blijft veel onduidelijk.
De acteurs zijn in de kerk soms slecht te verstaan. En om mysterieuze redenen is de kerk volgeplempt met enorme, nauwelijks gebruikte decors: een keuken, bedden, een stuk bus. Doodzonde. Hierdoor is ook de aardige Leger des Heilsband maar half te zien.
Maar die brassband kan je ook spontaan tegenkomen in de straten van Terschelling.
Oerol Festival, Terschelling. Nog t/m 21 juni. www.oerol.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments