interview - Richard McBeef - Productiehuis Rotterdam


‘Richard McBeef’: Jonas Staal & Vincent WJ van Gerven Oei

De curieuze eenakter Richard McBeef, die aanstaande woensdag eenmalig in de Rotterdamse Schouwburg wordt opgevoerd, is een van twee nagelaten toneelstukken van Cho Seung-Hui. In 2007 schoot deze Koreaanse Amerikaan 32 medestudenten en zichzelf dood op de Virginia Polytechnic Institute and State University. Daarmee plaatste hij zich in een reeks van schietpartijen op scholen in Amerika en Finland die in 1999 begon bij het bloedbad op Columbine High School.

De opvoering is een initiatief van beeldend kunstenaar Jonas Staal, bekend van zijn Geert Wilders Werken, en schrijver Vincent W.J. van Gerven Oei. Ze laten het 8 pagina’s tellende script spelen door acteurscollectief Wunderbaum. Staal: ‘Als je het stuk leest, is het vooral heel banaal. Maar als je ze ziet spelen, blijkt het veel gewelddadiger dan je denkt.’

De eenmalige performance in Rotterdam is een onderdeel van een project waarmee Staal en Van Gerven Oei de reeks schietpartijen in een nieuw licht willen plaatsen. ‘Hun acties zijn hedendaagse daden van verzet,’ zeggen ze.

Dit project begon in 2008 met de tentoonstelling Forty Years of Boredom 1968 – 2008. Daaruit ontstond de publicatie Follow Us or Die, een bloemlezing van nagelaten geschriften, manifesten, brieven, foto’s, films, tekeningen en toneelstukken van de schutters. Ook dit boek wordt woensdag gepresenteerd.

In Follow Us or Die introduceren de twee jonge kunstenaars de schutters als een beweging. ‘De esthetiek die ze allemaal benutten is vergelijkbaar,’ vindt Staal. ‘Ze gebruiken wapens en militaire kleding, een soort verzetsuniformen die doen denken aan een clandestiene missie in Afghanistan.’

Waartegen het verzet gericht is, blijft vaag. Soms spreken de schutters in hun werk over een soort monsterkapitalisme, maar een eenduidige ideologie ontbreekt.

Het gaat de kunstenaars om de rol van het geweld in de verzetsdaden. Daarmee houden de schutters onze cultuur een spiegel voor, meent Van Gerven Oei. ‘Zij zijn het feitelijke gezicht van een systeem dat geweld, zoals dat van onze militairen in Afghanistan, vergoelijkt. Alleen durft niemand dat recht in de ogen te kijken.’

De schutters anticiperen in hun geschriften zelf ook op de relativerende kritiek die ze zouden krijgen. Staal: ‘Eric Harris en Dylan Klebold, de Columbineschutters, formuleren heel precies dat niemand de schuld van hun daad aan hun bibliotheek, muziek of opvoeding moet toeschrijven. Ook de schoolleiding doet volgens hen uitstekend werk. Ze willen serieus genomen worden in hun daad.’

Een opvoering van Cho Seung-Hui’s Richard McBeef volgde logisch uit de tentoonstelling en het boek. Via Productiehuis Rotterdam klopten ze aan bij Matijs Jansen, Walter Bart en Maartje Remmers van Wunderbaum.

‘Die vonden het in eerste instantie helemaal niks,’ vertelt Staal. ‘Ze vonden de context interessant, maar ze begrepen niet waarom wij het letterlijk willen opvoeren.’

Richard McBeef bestaat uit een enkele ruziescene. John, een 13-jarige jongen, beschuldigt zijn stiefvader Richard achtereenvolgens van misbruik en de moord op zijn biologische vader. Zijn moeder gelooft hem direct en jaagt Richard met een kettingzaag het huis uit. Ten slotte slaat Richard in zijn auto uit pure wanhoop zijn stiefzoon dood.

Staal en Van Gerven Oei eisten een zo realistisch en ingeleefd mogelijk acteren, waarbij alle regieaanwijzingen op de letter worden gevolgd. Dat is voor Wunderbaum niet normaal. De acteurs pleitten juist voor een vorm van interpretatie. Uiteindelijk waardeerden ze toch de conceptuele uitdaging.

Staal ontwierp een installatie waarin de performance plaatsvindt, een doorzichtig huis met verschillende kamers. Het publiek staat op het podium om het huis heen. Het is vrij om heen en weer te lopen. Er is kortom niet één perspectief.

Dat spiegelt precies het probleem waar het Staal en Van Gerven Oei om gaat: interpretatie. Net als Harris en Klebold verwijten zij de critici van de schutters een mate van psychologisering. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat het allemaal de schuld is van een computerspel als Doom of seksueel misbruik. Dit maakt slachtoffers van de daders en zo wordt het geweld uiteindelijk verontschuldigd.

‘Onze samenleving probeert voortdurend geweld te vergoelijken ten dienste van de vrede of mensenrechten. Cho Seung-Hui en de anderen laten ons een eerlijker beeld zien van geweld en hoe wij ons er toe moeten verhouden. Niet als iets wat ook maar enige verklaring kan hebben, maar volstrekt afschuwelijk is.’

Blijft de vraag: Waarom Richard McBeef?

Het antwoord is dat Cho Seung-Hui, net als in zijn gruwelijke daad, geen moralisme of heldendaden toelaat in zijn stuk, geen interpretatieruimte. Of zoals Staal zegt: ‘Omdat hij zich op een ongrijpbare manier contextualiseert.’

Van Gerven Oei: ‘De vraag is natuurlijk of dat intentioneel is of duidt op een totaal gebrek aan stijl, maar dat doet nu niet ter zake.’

Credits: Richard McBeef van Cho Seung-Hui door Productiehuis Rotterdam. 6 januari, Rotterdamse Schouwburg: www.rotterdamseschouwburg.nl

Follow Us or Die. Works from the high school shooters. New York/Dresden: Atropos Press, 2009: www.vincentwj.nl, www.jonasstaal.nl

1 Reactie

Reageer

Schrijf hieronder een reactie of trackback vanaf je eigen website.

RSS voor reacties.

Wees vriendelijk. Over dit bericht graag. Geen spam.

*Verplicht