recensie - Over Dieren - Nationale Toneel


‘Over dieren’ van Jelinek is verontrustend én vermakelijk

In Elfriede Jelineks universum is niemand vrij, en iedereen schuldig, man én vrouw. De provocatieve Oostenrijkse auteur schildert in haar toneeltekst Over Dieren een uiterst zwartgallig beeld van de liefde, die in haar ogen compleet overschaduwd wordt door een immorele seksindustrie.

De tekst is geknipt voor de onorthodoxe regisseuse Susanne Kennedy, een opvallende verschijning bij het Haagse Nationale Toneel. Geënsceneerd met Kennedy’s eigen stijl van beklemmende horror en groteske humor geeft Over Dieren een angstaanjagende blik in een spookhuis van een bordeel.

Jelinek doet zoals gewoonlijk niet aan verhalen met een kop en staart. Er is enkel de taal, een kluwen van onontwarbare stemmen en flarden van gesprekken, in dit geval helder vertaald door Tom Kleijn. Door de vele herhalingen in de tekst maakt ze het dominante mannelijk idee van liefde en seks belachelijk.

Jelinek baseerde een deel van haar tekst op gesprekken die de politie afluisterde tussen een escortbureau en haar klanten. Hierin wordt op ontluisterende wijze onderhandeld over het tarief van de vrouwen: over de kosten van een maagdenvlies, over de meerprijs van ‘met zonder’ (condoom) en de extra prijs van anale seks (al dan niet ‘met zonder’).

De mannen zijn op het oog keurige hoogwaardigheidsbekleders. Maar zodra ze hun mond opendoen, komt er enkel ranzigheid uit: ‘Zij heeft me een keer gepijpt en toen was ze de hele nacht misselijk. De volgende ochtend heeft ze in bed gekotst.’ Ondertussen lopen ze rond met grote roze lolly’s die ze in de monden van de vrouwen duwen. Ook blijken ze in het buitenland straatkinderen te scouten om deze te verhandelen als hoer.

De kritiek op dergelijke praktijken is op zich niet opzienbarend. Wie is er niet tegen vrouwenhandel? Maar Kennedy gaat in haar enscenering een stapje verder door de drie mannelijke acteurs – Vincent Linthorst, Pieter van der Sman en Jobst Snibbe – de hele tijd uitdagend het publiek in te laten kijken. Alsof ze willen zeggen: ‘Je weet dat het gebeurt, maar je doet er niets tegen.’ Zo worden de toeschouwers mede schuldig gemaakt aan de verdorven handelingen op het podium. Dit ongemakkelijke gevoel wordt nog eens versterkt door een decor van tientallen televisies met daarop gezichten die het publiek vermanend aankijken.

Maar de meest geniale greep komt van Jelinek zelf, die aan haar tekst de stem van een gewone vrouw (Antoinette Jelgersma) toevoegt. Zij wacht thuis op haar man en vraagt zich af hoe hij geplezierd zou willen worden. Ze noemt zichzelf een ‘aanwezigheidsdienaar.’ Naast haar staan twee hoeren (Çigdem Teke en Caroline Liekens) die telkens haar tekst herhalen. Kortom, de ‘gewone’ vrouw doet vrolijk mee aan de pornoficatie van de liefde. En is dat dan vrijheid, of de ultieme vernedering?

Jelgersma speelt haar rol voortreffelijk. De ene keer is ze een willoze seksslaaf en niet te beroerd haar handelswaar voor het publiek te etaleren. De andere keer een tirannieke duivelin, daarbij enigszins geholpen door een satanisch geluidseffect op haar stem dat helaas iets te vaak gebruikt wordt. Omdat ze de groteske volzinnen van Jelinek met de nodige rust en intonatie verkondigt, komen deze des te harder aan.

Alle deze verschrikkingen, hoe confronterend ook, worden door Kennedy gepareerd met een enscenering vol humoristische overdrijvingen. Ook de zwarte humor van Jelinek geeft ze alle ruimte. Als Jelgersma zegt: ‘Ik heb het woord komen even vaak in de mond genomen als een oude man zijn gebit,’ wordt er in het publiek even opgelucht gelachen. Maar het is ook een lach die schaamte verraadt.

Gezien: NT-gebouw, Den Haag, 15/04. Daar t/m 15/05 en later in Frascati, Amsterdam: www.nationaletoneel.nl

1 Reactie

Reageer

Schrijf hieronder een reactie of trackback vanaf je eigen website.

RSS voor reacties.

Wees vriendelijk. Over dit bericht graag. Geen spam.

*Verplicht