Gepassioneerde broederliefde leidt soms tot even hartstochtelijke broederhaat. Rocco en zijn broers van Toneelgroep Amsterdam laat zien dat bloedbanden veel schade kunnen veroorzaken. Regisseur Ivo van Hove bewerkte de gelijknamige Italiaanse film van Luchino Visconti uit 1960 tot een grootse, fysieke en dramatische voorstelling waarin veel gebeurt – op allerlei plekken in de zaal. Maar waarin niet altijd even duidelijk is wat er nu precies aan de hand is.
De vorige filmbewerking van de regisseur, Ingmar Bergmans Kreten en Gefluister, was sterk symbolisch en expressionistisch. Rocco en zijn broers is vooral een realistisch relaas. Inclusief maatschappelijke thematiek als de strijd tussen de klassen. Het is in feite een melodramatisch familiedrama.
Het verhaal is gesitueerd in de jaren 60, in een periode tussen wederopbouw en veranderende morele en seksuele normen en waarden. Een Italiaanse familie uit een dorpje in het zuiden van het land trekt naar het koude Milaan. Moeder Rosaria (Celia Nufaar) klopt met vier zoons onverwacht aan bij haar oudste en vijfde zoon Vincenzo (Leon Voorberg). Deze ging de familie reeds vooruit, op zoek naar werk. Maar werk is er niet, en de familie zwerft van het ene appartementje naar het andere huisje en probeert de eindjes aan elkaar te knopen. De broers Simone en Rocco bouwen een bokscarrière op en worden allebei verliefd op de prostitué Nadia (Halina Reijn). Vanwege hun lage afkomst en hun status als arme migranten uit het boerse zuiden van Italië, stuiten ze op hun eigen onkunde en de onwil en onbegrip van de Milanese inwoners.
Hans Kesting speelt de koppige Simone en doet dat op zijn inmiddels vertrouwde brute en onnavolgbare wijze. Als Simone een gevecht verliest slaan de stoppen door en verkracht hij Nadia waar Rocco bij is. Uit een misplaatst gevoel voor broederliefde vraagt Rocco haar daarna om bij Simone te blijven, zodat de familie bij elkaar kan blijven. Een gematigd gepassioneerd spelende Fedja van Huêt maakt van Rocco zichtbaar de sluwste van het stel.
Het is een verhaal dat grotendeels uit clichés bestaat: de droom om groot en rijk te worden, de brute, maar zachtaardige trainer, de overmoed die leidt tot de onherroepelijke nederlaag, etcetera. De kern van het verhaal is dat Rocco Simone in zijn eer aantast, omdat hij Simone in alles na-aapt: hetzelfde meisje, ook een bokscarrière. Simones frustratie richt ten slotte de familie ten gronde. Maar deze focus houdt Van Hove niet goed vast.
Rocco en zijn broers is de tweede regie van Van Hove en zijn vormgever Jan Versweyveld die te zien is in de nieuwe zaal van de onlangs verbouwde Stadsschouwburg, in de Joop Admiraalzaal, zoals deze in de wandelgangen ook wel wordt genoemd. De middelen die zo’n moderne theaterzaal biedt, worden door het duo effectief ingezet. Publiek zit aan vier zijden van het podium – een witte verhoging die afwisselend dienst doet als eettafel en boksring. In de vier hoeken tussen de tribunes zijn evenzoveel huisjes gebouwd waar de hele familie in woont.
Hierdoor is voor sommige toeschouwers niet alles even goed te zien, maar het maakt Rocco en zijn broers dynamisch en intens. Soms schiet de mooie vormgeving zijn doel echter voorbij en wordt het ronduit rommelig en verwarrend. Stemmen, acteurs en de decorstukken waar ze voortdurend mee leuren, raken dan allemaal door elkaar in een onontwarbare kluwen.
De dramatische ontknoping maakt veel goed aan deze verder tamelijk onevenwichtige voorstelling. Voor de laatste maal stort Simone zijn broers in het verderf. Zijn afgrijselijke misstap verscheurt de familie en zet de broers lijnrecht tegenover elkaar. Deze scene, die plaatsvindt tijdens een feestelijk overwinningsmaal ter ere van Rocco, toont de acteurs op hun best. Dit is aangrijpend toneel, heftig en zonder afleidend gedoe. Zo had dus eigenlijk de hele voorstelling moeten zijn.
Stadsschouwburg Amsterdam, 3 mei. Daar t/m 16 mei. www.toneelgroepamsterdam.nl
Schrijf hieronder een reactie of trackback vanaf je eigen website.
RSS voor reacties.
Wees vriendelijk. Over dit bericht graag. Geen spam.