Ze bestaan echt. Zogenaamde oud-strijders, die met stoere verhalen over hun tijd in Korea of de Tweede wereldoorlog alle defilés en reünies aflopen, maar daar in werkelijkheid nooit gevochten hebben. Nepveteranen zijn het, die hun medailles en uniformen aanschaffen op Marktplaats en militariabeurzen.
Naar aanleiding van een artikel over dit fenomeen in HP/De Tijd maakten de vier mannen van toneelgroep Het Volk de voorstelling Helden zonder glorie. ‘Dat is natuurlijk een ontzettend grappig gegeven, ‘ vertelt Wigbolt Kruijver, die in 1976 samen met Bert Bunschoten de groep oprichtte. ‘Wat bezielt nou zo iemand om een uniform aan te trekken en zich daarmee te gaan manifesteren? Dan moet hij er ook nog voor zorgen dat hij exact de juiste onderscheidingen op heeft en precies de juiste verhalen weet te vertellen, want die echte veteranen zijn ook niet achterlijk. En waarom ze het doen? Die mannen vinden van zichzelf dat ze een status verdienen die ze in het echte leven niet bezitten.’
‘Net als Koot, die als wethouder Hekking altijd eventjes voordringt bij de burgemeester van Juinen. Het zijn mannen die proberen naast iemand te staan die belangrijk is, ‘ vult zijn broer Joep Kruijver aan.
De groep bestaat naast de gebroeders Kruijver uit Bert Bunschoten en vaste regisseur Aike Dirkzwager. Voor deze voorstelling zochten ze de samenwerking op met toneelauteur Don Duyns. Die voorzag de nepveteranen van tekst. Drie typetjes zijn het geworden, van het kaliber Koot en Bie. Gezamenlijk organiseren deze zelfverklaarde oorlogsveteranen voorlichtingsavonden waar ze hun heldhaftige oorlogsverhalen vertellen. Maar de vraag of al die sterke verhalen echt gebeurd zijn, wordt telkens tactisch weggewuifd. Niet dus.
Wigbolt: ‘Die mannen spelen een rol, ja. Maar de vraag is wat beter is: een goede leugen of een slechte waarheid? Een slechte waarheid is bijvoorbeeld dat een vrouw haar zoon heeft verloren in de oorlog. Een goede leugen is dan dat iemand die jongen weer tot leven wekt door zijn verhaal te vertellen, zoals in de voorstelling gebeurt.’
Vorig jaar werd Helden zonder Glorie al een aantal maal in een kortere versie gespeeld, maar uiteindelijk door de makers niet goed genoeg bevonden. In de nieuwe avondvullende versie zijn een aantal filmfragmenten toegevoegd die de tragische personages meer diepte geven.
Maar zoals het toneelgroep Het Volk betaamt, is ook deze voorstelling meer komedie dan tragedie. Aike Dirkzwager: ‘Humor is voor ons een vast gegeven. Niet zozeer op een cabareteske manier. Het zit hem altijd in de constructie van een situatie waarvan de absurditeit op een gegeven moment zulke groteske vormen aanneemt, dat het vanzelf grappig wordt.’
Joep: ‘Lachen om de triestheid van het bestaan, is het bij ons vaak.’
Wigbolt: ‘Wij zijn door het publiek altijd een klein beetje veroordeeld tot wat wij doen. Spelen we een keer Pinter, wordt er na afloop gevraagd of we niet gewoon weer iets willen bedenken met drie sukkels die op een droevige manier trachten te overleven en daardoor lachwekkend worden.’
Ze zijn er populair mee geworden: de enscenering van ‘het mannelijk onvermogen’. Na 31 jaar staan ze nog iedere avond op het podium. Wigbolt: ‘En dat is fantastisch. Maar soms wordt je wel met je neus op de feiten gedrukt. Al die mensen van die theaters: directeuren, technici. Sommige ken je al meer dan 30 jaar. Dat waren ooit jonge jongens. Net als wij, toen we begonnen.’
Joep: ‘Je ziet ze letterlijk overlijden.’
Helden zonder glorie speelt 27 en 28 november in de Stadsschouwburg Utrecht en is op tournee t/m 6 juni. Zie. www.toneelgroephetvolk.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments