Paniek in het paradijs. Acht eenzelvige figuren brengen hun dagen in stilte door op een aftands volkstuinencomplex genaamd Louterbloemen. Totdat op een snikhete zomerdag opeens een ordinair en luidruchtig Rotterdams stel hun caravan het terrein op rijdt. Wie schikt zich naar wie?
Dit is het uitgangspunt van Louterbloemen, een bijzonder beeldende voorstelling van Geert de Jong in de grote zaal van toneelgroep De Appel. De Jong pakt groots uit met een 10 man sterke spelersgroep en een omvangrijk decor. Dit schitterende toneelbeeld, ontworpen door Aidan Radier, eist van het begin tot het einde terecht de hoofdrol op.
Radier en De Jong bouwden op het toneel een compleet volkstuinencomplex na. Maar niet met netjes aangeharkte perkjes en kleurige bloembedden, zoals je dat doorgaands ziet. Louterbloemen is meer een soort woonkamp met 6 gammele schuurtjes en een autowrak, allemaal ingericht als piepkleine huisjes. Hier wordt niet getuinierd, maar geleefd.
Het is een gemeenschap van verschoppelingen. De bewoners leven in hun eigen wereld, ze doen hun ding en wisselen heel de dag geen woord met elkaar. De handelingen en lichaamstaal van de acteurs geven schaarse aanwijzingen over hun verleden.
Hugo Maerten speelt zo heel mooi de introverte beheerder van het terrein. Type: ouderwetse kraker, inclusief grote (en levensechte) hond. Judith Linssen speelt een treurige vrouw die heel de dag met dossiermappen in de weer is. Een komischer element tussen alle melancholische figuren, is Sacha Bulthuis als een dementerende oude vrouw die over het terrein zwerft. Maar een van de fraaiste rollen is voor Ian Bok, die een mooie, maar trieste travestiet speelt, die ’s nachts de hort op gaat en overdag in het autowrak woont.
Het leven van deze mensen kent veel herhaling. Evenals de voorstelling. Het eerste uur laat twee dagen uit het leven van deze mensen zien. Die zien er, op enkele details na, exact hetzelfde uit. Zo duren sommige scènes misschien wat lang, op een gegeven moment is het wel duidelijk dat deze mensen in een onverbiddelijke sleur terecht zijn gekomen. De hevig contrasterende en ontregelende gelukzaligheid van de twee platkomische vreemdelingen komt geen ogenblik te laat, voor zowel de personages als het publiek.
Tegelijkertijd zijn de dagelijkse beslommeringen en bewegingen van deze einzelgängers in een prachtige, strakke choreografie gevat. Deze mensen gaan moeiteloos op in de troosteloze omgeving die hen duidelijk heeft getekend. Na een tijdje vallen de acteurs en het indrukwekkende toneelbeeld zelfs volkomen samen en zit je te kijken naar een wonderlijke biotoop van de hopelozen.
Appeltheater, Den Haag, 27 maart. Daar t/m 9 mei. www.toneelgroepdeappel.nl
Schrijf hieronder een reactie of trackback vanaf je eigen website.
RSS voor reacties.
Wees vriendelijk. Over dit bericht graag. Geen spam.