Een handige toepassing van taal, naast natuurlijk communicatie, is de mogelijk om jezelf ermee te beschermen tegen de boze buitenwereld, of je allerindividueelste binnenste. De personages in Marcel Osterops bij Het Zuidelijk Toneel geproduceerde Gewürztraminer begrijpen dat. Zolang ze blijven praten, kunnen ze niet met zichzelf of hun persoonlijke angsten geconfronteerd worden.
Osterop schreef een komische en ongecompliceerde tekst over een jong stel (Dimme Treurniet en Constance Kruis). Ze vangen in hun huis een vriendin op die van haar vriendje is weggelopen (Heike Wisse). Waarom ze opeens weg ging, weet ze niet, alleen dat de paniek haar naar de keel vloog: ‘Hij zat daar maar te zitten op die bank.’
Net als twee eerdere teksten van acteur en theatermaker Osterop moet ook Gewürztraminer het niet hebben van een uitgekiend plot, of een hoop dramatische poeha. Alle lol en tragiek zit hier in het grappig hakkelende, alledaagse taalgebruik, waarmee de dialogen doorspekt zijn. De personages gebruiken stuitende gemeenplaatsen, spreken zichzelf voortdurend tegen en vergeten meerdere malen, meestal midden in een zin, welke punt ze ook alweer wilden maken.
De ergste en daardoor de meest vermakelijke is de door Kruis gepeelde vrouw. Ze richt werkelijk een overvloed aan goedbedoelde, maar best wel onvriendelijk klinkende woorden en adviezen tot haar timide vriendin: ‘Jij moet geen slachtoffer meer willen zijn!’ Maar troost geven blijkt gaandeweg erg moeilijk voor een vrouw die eigenlijk vooral zelf getroost wil worden.
De treurige subtekst is dat alle drie de personages lijden aan een waanzinnige onzekerheid. Onuitgesproken gevoelens komen op toneel echter altijd bovendrijven. Bij Osterop wordt die confrontatie nooit zwaarmoedig of gênant. De toon blijft licht en leuk en zwart, maar is nooit onbenullig.
Plaza Futura, 31 oktober. www.hzt.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments