recensie - Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran - Theatergroep DNA


Levenslustige toneelvertelling ‘Meneer Ibrahim’ van DNA

Levenslustige toneelvertelling ‘Meneer Ibrahim’ van DNA

Er bestaat geen cynisme in Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran. De min of meer Joodse jongen Mozes, of Momo, raakt bevriend met de min of meer Arabische meneer Ibrahim. Ze ploeteren door het leven, maar verbitterd, zoals Momo’s vader, zullen ze nooit zijn.

Theatergroep De Nieuw Amsterdam (DNA) maakte een bewerking van dit opgewekte, in 2001 verschenen boek van Eric-Emmanuel Schmitt. De regisseur is Erik Vos (1929), die het, zoals te verwachten, niet omwerkte tot politiek pamflet of zwaarmoedig verhaal. Hij liet de beetje surrealistische, zorgeloze toon van het origineel intact, waardoor een ongewoon levenslustige toneelvertelling is ontstaan.

Meneer Ibrahim is als een tweede vader voor Momo. Hij is vriendelijk, grappig en bedelft hem onder wijsheden en levenslessen. Hij geeft Momo nieuwe schoenen, want: ‘Er zijn maar twee plekken waar een mens kan zijn. In zijn bed of in zijn schoenen.’ Hij leert hem autorijden en legt uit wat hij fout doet als hij meisjes probeert te versieren.

Dat van die schoenen was niet helemaal waar, want als meneer Ibrahim in een moskee komt, loopt hij op zijn sokken. Maar streng gelovig is hij niet. En een glaasje likeur op zijn tijd lust hij ook. Het ongelofelijke gemak waarmee meneer Ibrahim door het leven kuiert, is jaloersmakend. Zijn oersimpele filosofie: met een glimlach krijg je dingen voor elkaar.

Voor Vos is Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran een oefening in lichtheid. Letterlijk: er hangt een schommel op het toneel, waarop Momo soms lijkt weg te zweven. Maar het zit hem vooral in het frivole spel van Tim Linde (Momo) en Sabri Saad El Hamus (Ibrahim). Zoals in zoveel boekbewerkingen wisselen ze dialogen af met verteltekst in de derde persoon. Dit is een gemakzuchtig trucje om een boek in het theater te kunnen navertellen en het haalt niet zelden de vaart uit een voorstelling.

Hier is dat niet het geval. Glimlachend en grappend dansen de jongen en zijn oude mentor om elkaar heen. Soms maken ze elkaars gedachten af, soms spreken ze tegelijk. De personages zijn met elkaar vervlochten en tot het droevige einde niet te ontrafelen.

Ook de derde speler, Saar Vandenberghe is een frivole verschijning. Maar haar rollen zijn beperkt. Ze speelt twee hoeren en heel even Momo’s moeder. Het is kortom nogal een mannenverhaal.

Maar een aanstekelijk mannenverhaal en dat is mede te danken is aan de heldere regie en bewerking. Theatergroep DNA heeft het goed voor elkaar. De oude Erik Vos is een meester in theatrale lichtheid.

Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran van Eric-Emmanuel Schmitt door Theatergroep DNA, regie Erik Vos. Frascati, Amsterdam, 3 december. Tournee t/m 29 februari: www.denieuwamsterdam.nl

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments