recensie - Festival Oerol


Intense ‘Nacht’ en teleurstellende Tryater op Oerol

Naast het wat vage hoofdthema ‘zilte luchtspiegelingen’ heeft het Oerol Festival dit jaar nog eens 9 subthema’s. Voor minder doet het jaarlijkse theaterfestival met heel Terschelling als podium het kennelijk niet. Op het eiland zijn sinds afgelopen vrijdag 10 dagen lang theater- en muziekvoorstellingen te zien in de duinen, in winderige weilanden, onder een strandtent, in een manege en op zo’n 60 andere locaties.

Dat zijn soms geen kleine producties. De Friese groep Tryater bouwde op de Elvisplak, een weiland in de duinen nabij Oosterend, zo ongeveer een klein stadion. Van veraf zijn de enorme tribune en het decor met draaiende wereldbollen te zien. Maar wie bij de voorstelling Master en Margarita (valt onder subthema: ‘Sympathy for the devil’) een spetterende show verwacht, komt van een lauwe kermis thuis.

Regisseur Ira Judkovskaja bewerkte het gelijknamige boek van de Rus Michail Boelgakov tot een muzikale komedie. Deze gaat onder meer over een schrijver die in het gesticht zit, over een getrouwde vrouw die haar ziel aan de duivel verkoopt om haar minnaar en grote liefde terug te kunnen zien en over een krantenredacteur die zijn collega door een tram onthoofd ziet worden. Alle verhaallijnen zijn door Judkovskaja teruggebracht tot korte variéténummers in een speelse revue met een stuntelende spreekstalmeester. Leuk maar onnavolgbaar.

Naast 10 acteurs van Tryater staan 7 muzikanten van De Kift, een alternatieve fanfareband met een theatrale inslag. De liedjes die ze spelen zijn eigenzinnig en opzwepend. Hun zelfgemaakte instrumenten zijn het hoogtepunt in een verder mondjesmaat vermakelijk voorstelling. De teleurstellende effecten aan het einde – een vliegende actrice en wat vuur hier en daar – kunnen daar niets meer aan veranderen.

Waar de locatie wel een meerwaarde heeft, is bij de voorstelling Nacht van Thibaud Delpeut en Toneelschuur Producties (subthema: ‘oorlog en onschuld’). Op een groot zwart zeil pal naast de Waddenzee toont de jonge regisseur een huiveringwekkend verhaal over twee muzikanten (Bram Gerrits en Wendell Jaspers) die zich hebben teruggetrokken op een eiland. Ze zijn gevlucht voor een niet nader uitgelegde oorlog. Maar het geweld bereikt uiteindelijk ook hun eiland en ze worden op ruwe wijze gedwongen partij te kiezen.

Delpeut schreef zelf de tekst, en liet zich daarbij duidelijk inspireren door toneelschrijfster Sarah Kane, van wie hij eerder dit jaar Blasted regisseerde. De expliciete gewelddaden en vernederingen worden onverbloemd vertoond.

Verder laat Delpeut weer blijken een audiofreak te zijn. Alle toeschouwers moeten een koptelefoon op, zodat de acteurs, die ver van het podium af door weer en wind staan te spelen, kraakhelder te horen zijn. Door middel van een stereo- of galmeffectje en allerlei achtergrondgeluiden krijgt de voorstelling een intens en filmisch karakter. Bijzonder effectief, die toevoeging.

Of kleinschaliger: de Vlaamse kunstenaarsgroep Alibi Collectief richtte onder strandtent Heartbreak Hotel een lollige nepexpositie in. Deze bestaat uit de zogenaamd aangespoelde attributen van een schip vol artiesten uit Patagonië, door de strandjutters van Alibi eigenhandig verzamelt en gereconstrueerd. Zoals een beeldje van een pinguïn met macaroni op zijn kop dat de macaronipinguïn heet.

Enfin, typisch Vlaams absurdisme voor wie er van houdt. Binnen een kwartier sta je toch weer buiten. Op het strand van Oosterend. Ook dat is Oerol.

Festival Oerol. Terschelling, 11 t/m 20 juni: www.oerol.nl

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments