interview


‘Ik schaam me nergens voor’: Sanne Vogel

Ze schrijft, maakt theater en acteert in films en tv-series. Het liefst allemaal tegelijk. "Anders wordt het saai." Sanne Vogel is 24 jaar, autodidact en schaamt zich nergens voor. Opnames voor de tv-serie Het Schnitzelparadijs zijn net achter de rug. Binnenkort speelt ze in haar eigen theatervoorstelling RAAF.

Sanne, je hebt het druk. Je schrijft en speelt in je eigen voorstellingen, en daarnaast heb je sinds kort een vaste rol in een tv-serie.

“Soms werk ik meer dan 20 uur per dag. De afgelopen maanden bijvoorbeeld. Op draaidagen voor de tv-serie Het Schnitzelparadijs stond ik om 6 uur ’s ochtends op, kwam ik ’s avonds om 7 uur weer thuis en dan ging ik nog een tijdje schrijven. Dat houd ik ook niet heel lang achter elkaar vol, maar ik ben wel altijd aan een paar projecten tegelijk bezig. Anders wordt het saai.”

Waarom? Moet jij je nog altijd bewijzen?

“Dat gevoel heb ik wel, ja. Ik denk ook altijd dat ik het eigenlijk allemaal niet kan. Bij ieder nieuw project verwacht ik van iedereen om me heen dat ze zich de eerste dagen afvragen wat ik daar in godsnaam doe. Daarna zakt dat gevoel een beetje.”

Je schrijft op dit moment ook nog aan je eerste kinderboek.

“Jeugdboek. Het is een dagboek van een meisje op de middelbare school. Ze is een jaar of 15. Toen ik zelf begon met schrijven was ik 13. Ik weet nog heel goed hoe en wat ik toen allemaal dacht. Het leek me leuk om dat op te schrijven. Maar niet als roman voor volwassenen. Dat vind ik veel te pretentieus en dat durf ik nog niet. Maar toen uitgeverij Pimento, die veel boeken voor jongeren uitgeven, mij vroeg, heb ik meteen ja gezegd.”

Waarom ben je met schrijven begonnen op je dertiende?

“Mijn tante ging dood. Ik heb toen een tekst over de dood geschreven. Deze bleek meteen erg goed te zijn, want later won ik er de derde prijs mee in de landelijke Kunstbende finale. Het begon met de regel: ‘Ik wil dood’. Zodat iedereen dacht: o god, weer zo’n pubertekst over de dood. Maar vervolgens draaide het helemaal om, en werd het juist een heel vrolijk verhaal.”

Passie ontdekt?

“Nou nee. Het ging gewoon best aardig. Misschien kan ik dit wel, dacht ik, dus toen ben ik maar blijven schrijven. En wat bleek: als je dingen opschrijft, weet je opeens veel beter wat je denkt. Al die gedachtes staan dan op papier en zo onthoud je ze makkelijker. Maar toen ik deelnam aan Kunstbende dacht ik eigenlijk alleen maar: o nee, waarom zit ik nu bij taal? Ik wil theater doen. Voor mij is taal altijd een manier geweest om theater te maken. Daarom zie ik mezelf niet als schrijver. Ik ben ook dyslectisch. Ik schrijf alles fout op.”

Zie je jezelf dan meer als actrice? Of als theatermaakster?

“De ene dag ben ik dit, de andere dat. Maar ik heb geen voorkeur. Dan had ik allang gekozen.”

Je hebt geen toneelschool gedaan. Heb je niet het gevoel dat je daardoor veel gemist hebt?

“Nee, ik heb alleen MAVO. Mijn vriendje Wouter Zweers, met wie ik al enkele voorstellingen heb gemaakt, zit nu in het tweede jaar van Amsterdamse Toneelacademie. Ik zie nu dat zo’n klas een hele hechte band met elkaar heeft. Ja, daar kan ik best wel jaloers op zijn. Het lijkt me ook leuk om met zo’n klas in vier jaar een ontwikkeling door te maken. Maar ik zou het niet kunnen. De helft van wat leraren zeggen, vind ik allemaal ontzettende onzin. Dan denk ik: wie ben jij? Jij hebt ook al 20 miljoen jaar niks meer gedaan.”

Je bent nogal eigengereid.

“Ik ben heel eigenwijs, ja. Ik luister alleen naar mensen die ik vertrouw.”

Je speelt binnenkort in je eigen theaterstuk RAAF, samen met twee vrienden van je: Egbert-Jan Weeber en Tygo Gernandt. Zij hebben allebei ook geen toneelschool gevolgd. Schept dat een band?

“We hebben alledrie hetzelfde gevoel over spelen. We vinden het leuk als je heel ver moet gaan voor een rol. Volgens mij zijn we rauwe spelers. Ik bedoel dat we niet bang zijn om lelijk te zijn. Daarom wilden we ook al lang met zijn drieën een voorstelling maken. Eg speelt Ravian en Tygo speelt Rico, twee broers die op een dak wonen, en op een dag komt daar een meisje bij dat niet meer weggaat. Ravian heet zo, omdat hij gefascineerd is door een nest raven dat zich op het dak bevindt. Hij heeft het syndroom van Asperger, een vorm van autisme, en kan zich daarom moeilijk inleven in andere mensen, maar is wel heel intelligent. Rico is stiller. Hij zorgt voor eten en steelt biertjes. Van hem hoor je pas aan het einde waarom hij daar zit. Het meisje heet Ronja en is eigenlijk heel netjes. Zij zit daar omdat ze eens een keer iets mee wil maken in haar leven.”

Een soort hangjongeren?

“Nee, poëtischer dan dat. Die hangjongeren zoeken elkaar allemaal op. Dat is volgens mij best gezellig. Het is ook eenzamer dan dat. De voorstelling gaat trouwens ook niet over autisme. Dat is maar een onderdeeltje. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat iedereen een beetje autistisch is. RAAF gaat over jonge mensen die op zoek zijn naar de zwarte kant van het leven, zoals pubers en gothicmeisjes. Wat is normaal en wat niet? Als je 16 bent, is de grens tussen normaal en abnormaal heel erg duidelijk. Maar die wordt steeds vager naarmate je ouder wordt. Daar wil ik het graag over hebben.”

RAAF is dus een voorstelling voor jonge mensen?

“Ik denk dat mijn theatervoorstellingen voor alle leeftijden zijn: van 17 tot 70. Ik vind het leuk als een zaal vol bejaarden zit, maar ik speel ook graag voor een zaal vol jongeren. Tenminste, als ze zelf willen en niet gedwongen worden door een CKV-docent, want dat vind ik echt verschrikkelijk. Ik geloof niet zozeer in leeftijdsgericht theater. Het interesseert je of niet. Het gaat over gevoelens en die kent iedereen. Ik heb ook in mijn vriendenkring mensen van alle leeftijden zitten. Het gaat meer over een manier van denken, dan over hoe oud je bent.”

Je houd je niet met het publiek bezig?

“Je maakt een voorstelling voor jezelf en omdat je graag iets wil vertellen. Ik heb een tijd gehad dat ik voorstellingen maakte voor het publiek en niet voor mezelf. Daar worden ze echt niet beter van. En zelf werd ik er diepongelukkig van. Dan ga je jezelf herhalen en trucjes toepassen. Lange opsommingen werken bijvoorbeeld altijd heel goed.”

Of in een te krap badpak opkomen?

“Ja, maar dat doe ik voorlopig even niet meer. Goed, in Flater vorig jaar op de Parade vond ik het dan wel weer grappig. En die videoclip voor Skinny Jeans van Le Le was gewoon leuk om te doen. Ik hou er van om mezelf soms voor schut te zetten. Voor mij voelt het trouwens niet als een trucje. Een voorstelling in een zwembad speel je niet in je kleren, maar in je badbak. En als je dan dik bent, is het gewoon grappig, toch?”

Is het soms niet moeilijk om jezelf zo bloot te geven voor een zaal vol mensen?

“Nee, niet als ik een rol speel. Als ik mezelf ben, vind ik dat veel moeilijker. Tot 2 jaar geleden durfde ik echt niet in de sauna. Ik vond het ook verschrikkelijk om in een bikini over het strand te moeten lopen, terwijl ik regelmatig in mijn onderboek met mijn kont stond te schudden in allerlei theaters.”

Terwijl op het strand praktisch niemand naar je kijkt en in het theater iedereen.

“Ja, maar in het theater is het een code, en is het grappig. Dan ben ik echt niet mezelf. Mijn lichaam is een instrument. Op het strand ben ik gewoon een meisje met een dikke kont die lelijk in een bikini zit.”

Wat is het meest gênante dat je overkomen is op het podium?

“Op een podium schaam ik me nergens voor. Wel gênant was die keer dat ik ben ingestort voor een zaal vol mensen. Ik kon niet meer. Toen was ik 19. Gênant omdat ik de druk niet aan kon. Ik stond in de slechtste voorstelling die ik ooit gemaakt heb, ik was doodop en ik moest tegen de pers blijven zeggen dat het toch zo’n ontzettend leuke voorstelling was. Toen ging het mis. Het was ook pijnlijk, omdat het de volgende dag gelijk in de krant stond. Dat was me eerder dat jaar trouwens ook al een keer overkomen. Toen had ik een gekneusde schouder, omdat ik tijdens een voorstelling over een augurk was uitgegleden. Maar dat was ook wel weer grappig.”

Sanne (1984) schreef haar eerste professionele theatertekst Feestbeest toen ze 17 was en ging daar een jaar later mee op tournee. Op haar achttiende richtte ze samen met haar broer Robin Vogel de stichting De vogelfabriek op, waarmee ze film en theater en nog veel meer produceren. Hun motto: tijd om je vleugels uit te slaan en ideeën te poepen. Haar eerste jeugdboek heet Het levenswerk van een talentloos meisje en komt binnenkort uit bij uitgeverij Pimento. De tv-serie Het schnitzelparadijs is vanaf 7 september te zien bij BNN. RAAF gaat op 27 oktober in première in Leiden en daarna op tournee door heel Nederland.

Interview voor CJP Magazine, augustus 2008

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments