Maar liefst twee nieuwe voorstellingen van regisseur Franz Marijnen zijn op dit moment beurtelings te zien bij het Nationale Toneel. Precies een week na de première van Red Rubber Balls, was het de beurt aan Glenn Gould. Inhoudelijk, maar ook qua vorm, konden ze niet verder uit elkaar liggen.
Red Rubber Balls is een hermetisch stuk tekst van Peter Verhelst, door Marijnen hier geënsceneerd als een sacrale gebeurtenis die culmineert in een intensieve en fysieke ervaring waar publiek en actrices werkelijk samenkomen. De andere voorstelling is conventioneler. Hierin speelt Stefan de Walle de geniale, maar publiekschuwe concertpianist Glenn Gould.
De Walle kan piano spelen. Daarbij imiteert hij de fameuze pianist perfect. Gezeten op een veel te laag stoeltje, voorover gebogen en voortdurend met zijn eigen spel meezingend, zit hij achter zijn vleugel in de rommelige opnamestudio waar hij praktisch woont. Gould-adepten komen flink aan hun trekken. Marijnen laat veel van hem horen – live gespeeld door De Walle, maar ook op band.
Als er geen pianospel klinkt, zakt de voorstelling evenwel behoorlijk in. Tussen het spelen door struint Gould wat door de studio, hij slikt een van zijn vele pillen, leest voor uit zijn dagboek of beantwoordt suffe vragen van een interviewster (Rosa Mee). Gould doet soms sterke beweringen: ‘Mozart is niet te vroeg, maar te laat gestorven’. En De Walle speelt deze contactgestoorde en hypochondrische man met een gepaste intensiteit. Toch wens je hem tijdens deze momenten eigenlijk direct weer waar hij hoort. Achter die piano.
Met Red Rubber Balls wil Marijnen meer zintuigen dan alleen de ogen en oren beroeren. Toeschouwers mogen proeven, voelen, luisteren en zien. Gould keerde het publiek de rug toe. Marijnen gaat het met deze benauwende voorstelling juist dicht op de huid zitten en stelt het bloot aan een heftige zintuiglijke ervaring.
De korte voorstelling bestaat uit drie delen. Allereerst wordt het publiek vergast op wijn en een kort promotiefilmpje van de stad Verona. Dan wordt het naar een andere, kleine ronde zaal geleid, waar vier actrices, gehuld in alleen een nachtjapon, Verhelsts op Romeo en Julia geïnspireerde tekst uitspreken. Het is een duister gedicht vol erotiek en lichamelijke hunkering. Het ingehouden verlangen is op de extatische gezichten van de meisjes af te lezen.
En dan de climax, veruit het meest bijzondere deel van deze voorstelling. In weer een andere, pikdonkere ruimte zijn gefluisterde flarden van Verhelsts tekst te horen. Blind dwalen de meisjes door deze ruimte vol lichamen van toeschouwers, die allemaal even zacht gestreeld worden of hartstochtelijk vastgepakt. Intiemer kan theater nauwelijks worden.
Nationale Toneel Gebouw, Den Haag, 27/3 en 3/4. www.hnt.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments