Theaterfestival Karavaan programmeert dit jaar theater tot in de lijndienstbussen van Connexxion. Argeloze reizigers in de buurt van Alkmaar konden op 16 juli (en ook nog de 23e) verrast worden door acteurs die een verhaal vertelden of impertinente vragen stelden. Soms grappig, soms flauw, maar zeker een spannend initiatief van het door Noord-Holland rondreizende festival dat donderdag van start ging.
Een andere bijzondere Karavaanproductie is Koepelzang van VokaalLAB, een concert in de Willibrord-kapel van Heiloo. Hier staan zes zangers in een cirkel rond het publiek dat op de houten kerkbanken zit. Zo brengen ze een aantal composities ten gehore van uiteenlopende componisten als Morton Feldman en Huang Ruo.
Door de locatie en de opbouw krijgt het concert de vorm van een mis. Bijna gaat het dan ook ten onder aan dezelfde monotonie en loodzware ernst als van een kerkelijke dienst. Maar net op tijd brengt solist Job Hubatka met veel welkome pathetiek de gezongen onzinmonoloog Koi van Charlotte Seither. Daarop volgt het bijna melige Uilenzang. Publiek mag nu op gezette momenten vogelgeluiden laten horen, wapperen met programmablaadjes of met de vingers knippen.
Ook uitzonderlijk is de eetvoorstelling Huidhonger van Huis van Proeven. Bezoekers krijgen binnen een uur een complete maaltijd voorgeschoteld. De grappige gerechten zijn stuk voor stuk een kleine verrassing. Als de gastvrouwen even niets serveren, dansen ze. Ook eten ze soms een hapje mee, en wordt er zo links en rechts wat gemasseerd.
Leuk, maar tijdens de eerste uitvoering waren de meeste spelers nog behoorlijk onwennig. Er werd op fluistertoon overlegd, en zenuwachtig gelachen, maar dat kan snel verdwenen zijn als deze voorstelling – die met het festivalhart meereist – vaker wordt gespeeld.
De acteurs van ’t Woud Ensemble hebben hiervan geen last, ingespeeld als ze zijn. Hun voorstelling Maat voor maat ging donderdag eindelijk in première na uitgebreide speelrondes op de theaterfestivals Oerol en Over het IJ. De acteurs weten zich dus wel staande te houden in deze duistere zedenkomedie van Shakespeare die door weer en wind gepeeld wordt in een weiland net buiten Bergen. Jammer dat de enscenering van regisseur Christiaan Mooij zo pijnlijk fantasieloos is.
Nu is Shakespeares humor op zichzelf tamelijk belegen en is het verhaaltje een geconstrueerd rommeltje. Een Hertog (Mike Libanon) draagt het bestuur van zijn losbandige stad over aan zijn puriteinse neef Angelo (Titus Boonstra). Met harde hand pakt hij alle hoeren, pooiers en andere wellustigen aan, totdat ook zijn geiligheid wordt gewekt door de preutse Isabella (Margien van Doesen). Een handvol huwelijken aan het eind forceert toch nog een happy end.
Maar in deze bewerking van ’t Woud en Mooij ontbreekt het aan iedere vorm van inventiviteit. De acteurs werken zich dapper door flinke lappen tekst heen, maar zelden gaat het leven, of wordt het echt leuk. Veel te vaak blijft het allemaal steken in lachen om mannen in vrouwenkleren. Uiteindelijk voegt ook de locatie te weinig toe, die slechts dient ter vervanging van een schouwburgpodium. Karvaan kan veel beter dan dit.
Festival Karavaan, 17 juli, Heiloo. Nog t/m 10 door heel Noord-Holland. www.karavaan.nl
Beste Vincent,
Het is niet mijn gebruik om te reageren op kritieken in de krant.
Toch kan ik het niet laten om een korte reactie te geven op jou mening ten aanzien van Maat voor Maat. Ik kan er mee leven dat de voorstelling voor jou niet werkte. Dit in tegenstelling tot Kester Freriks die in het NRC HANDELSBLAD van 21 juli schrijft:
Regisseur Christiaan Mooij weet van Maat voor Maat een prachtige, tijdloze vertelling te maken over hoe de rationele mens, gesymboliseerd door Angelo, uiteindelijk zichzelf als grootste vijand treft.
Wat mijn stoort aan jou mening is dat je totaal de analyse achterwege laat. Hiermee bewijs je het theater geen dienst en nivelleer je jouw schrijven tot een van de vele meningen. Mijn keuzes kunnen de jouwe niet zijn, maar ik verwacht van een recensent van een landelijke krant dat, wanneer hij het belangrijk genoeg vindt om over een productie te schrijven, hij zijn verantwoordelijkheid neemt. Dit betekent o.a. dat oordelen in een kader en perspectief geplaatst worden en het resultaat zijn van een analyse. Een goeie recensie is een weerslag van dit proces en maakt het oordeel inzichtelijk. Jouw schrijven lijkt nu meer over jezelf te zeggen dan over de voorstelling.
mvgr Christiaan Mooij
Beste Vincent,
Hoewel ik niet verwacht dat je erg onder de indruk zult zijn van Christiaans lichtgeraakte reactie, en zijn ietwat kinderachtige drang er andere recensenten bij te slepen, wil ik je toch even een hart onder de riem steken en je laten weten dat ik zeer opgelucht ben dat ik nu eindelijk eens een duidelijke mening geventileerd zie over dit mislukte Shakespeare project. Eentje die zegt waar het op staat en daar niet meer woorden voor gebruikt dan nodig, zonder te vervallen in literaire platitudes die eerder gaan over de thematiek van Shakespeares stuk (zoals in de NRC), dan wat ‘t Woud er mee heeft gedaan, of beter, heeft nagelaten er mee te doen.
Ik heb mij meermaals afgevraagd waar ‘t Woud het aan te danken heeft met dit project op drie verschillende zomerfestivals vertegenwoordigd te zijn, zonder dat er aan die festivals ook maar enig recht wordt gedaan. Ik heb zelden iets gezien wat minder aanspraak maakt op het predikaat locatietheater. Er werd niets maar dan ook niets gedaan met de locatie (een weiland tegen een dijk), behalve dat er af en toe vanuit de verte opkomsten waren. Sterker nog: er werd een grote muur als artificieel decor opgetrokken, uitsluitend en alleen op snellere opkomsten mogelijk te kunnen maken. Die muur vulde de ruimte niet aan, integendeel; het werkte het gevoel van verloren gaan in de ruimte volkomen tegen. Ik was zo onfortuinlijk de voorstelling op Oerol te zien, in een leeg, koud en winderig weiland, waar de zonsondergang verreweg de meeste indruk op me heeft gemaakt en zelfs een welkome afwisseling was van het monotone gedreun der teksten.
Wat een pretenties waren hier aan het werk! Er zijn kennelijk nog steeds regisseurs in Nederland die het nodig vinden DE MEESTER aan het woord te laten, en dan gemakshalve maar even vergeten dat deze teksten voor publiek van 500 jaar terug zijn geschreven. Geen enkele relevantie voor het huidige tijdsgewricht, geen poging ook maar iets aan de tekst toe te voegen of wat zinvol met de rode pen te werk te gaan. Nee, alles moest GEZEGD worden, en daarmee was het dan ook wel gezegd. Het spel was veel te snel, er was geen tijd voor een uitgespeelde emotie en al er al emoties waren, was het op het niveau van melodrama. Karakters misten elke diepgang, omdat de spelers de tijd niet kregen er echt iets van te maken. De zogenaamde ‘rationele mens’ die Freriks dan gezien schijnt te hebben, kwam niet veel verder dan een benepen dogmaticus, met wie je geen moment kon meeleven. Qua mise en scène was er ook weinig te beleven. Zelfs met een natuurlijk aanwezig greppel in het weiland werd niet meer gedaan dan erover heen stappen. Het enige stukje interessant theater was een stukje choreografie aan de lantaarnpaal, die daar de rest van het spel verder een beetje doelloos bijstond. Scènes achterop het toneelvlak waren vooral van de dames onverstaanbaar. De spelers putten zich uit in typetjes, waarvan de een nog vervelender was om naar te kijken dan de andere. Het hele door Shakespeare al ongeloofwaardig geschreven einde voelde een beetje als middelbare-schooltoneel.
Na het zien van dit stuk bleef ik zitten met een prangende vraag: hoe komen projecten als deze (en bv ook Zum Wohl van Suver Nuver) toch steeds weer aan geld en opvoeringsmogelijkheden, terwijl er zoveel goed klein locatietheater te zien is in Nederland? Ik heb eerdere projecten van ‘t Woud niet mogen meemaken, maar ik kan alleen maar concluderen dat weer eens opgaat: in het verleden behaalde resultaten bieden helaas nooit ook maar enige garantie voor de toekomst. Jammer.
mvrg.
Arne Sybren Postma
Beste Arne Sybren Postma
Dank voor je snelle reactie en aandacht voor het schrijven. Het is goed om te zien hoe jij naar een voorstelling kijkt, de tekst en zijn traditie kent en dit geheel interpreteert om vervolgens tot een oordeel te komen. Niet vergeten de blijkbaar nodige aannames en kwalificaties om dat oordeel te onderstrepen en te funderen.
met vriendelijke groet
Christiaan Mooij