recensie


Becketts ‘Happy Days’ perfecte opening Holland Festival 2008

Het is haar fenomenale stem. De Ierse actrice Fiona Shaw staat in Samuel Becketts Happy Days anderhalf uur lang onbeweeglijk op het podium. Ze levert een ongehoorde prestatie door de uitbundige Winnie te spelen, met haar zangerige stem als voornaamste instrument. Veel meer dan dat kan de actrice ook niet inzetten. Ze zit namelijk ingegraven in een indrukwekkende, podiumbrede berg zand en rotsblokken, en is slechts zichtbaar vanaf haar middel. Na de pauze is dat alleen nog maar haar hoofd.

Het is dus ook voor een groot deel aan de actrice te danken dat deze sterke voorstelling van het Londense National Theatre, die afgelopen zaterdag het Holland Festival stijlvol opende, geen moment saai wordt. Shaw en haar vaste regisseuse Deborah Warner, vorig jaar ook op het Holland Festival te zien met Readings, kozen wijselijk voor een lichte toon. De absurditeit van de Winnie’s situatie wordt op komische wijze uitgespeeld, en Shaw lacht, schmiert en grapt dat het een aard heeft.

En dat terwijl Beckett met Happy Days toch een tamelijk angstaanjagende versie van een hel op aarde heeft geschetst. Het lijkt alsof de bom is gevallen. Tussen de brokstukken van een vergane beschaving zit een vrouw van middelbare leeftijd voor altijd klem. Het schelle geluid van een harde bel kondigt het begin van iedere nieuwe dag aan. Het enige wat Winnie rest om niet gek te worden, is babbelen over van alles en nog wat. Vaak tegen zichzelf en soms tegen haar man Willie (Tim Potter), die sporadisch kruipend over het puin te zien is, maar zelf bijna geen woord zegt.

Winnie is de absurde held bij uitstek. Net zoals Sisyfus dat was, die volgens de Griekse mythe door de goden werd gestraft voor zijn ongebreidelde levenslust. Sisyfus kreeg de opdracht om een enorme steen een berg op te duwen, maar telkens als hij bij de top aankwam, rolde het ding weer naar beneden en moest hij opnieuw beginnen. Sisyfus en Winnie zijn allebei tot in de eeuwigheid veroordeeld tot hun eigen berg, maar wat hun bindt, is dat ze geen van beiden ongelukkig zijn met het absurde lot dat hen is aangedaan. Sisyfus weet kracht te putten uit de zinloosheid van zijn taak en weet er zijn bestaanrecht aan te onttrekken.

Winnie doet hetzelfde. Ze probeert er het beste van te maken met haar tas met spulletjes en lacht elk gevoel van onbehaaglijkheid weg. Binnen haar beperkte bestaan in Becketts absurde wereld is zij de koningin. Dat is ook duidelijk te zien aan Shaw. Ze zit in die berg, haar gevangenis, als op een troon: majestueus en vol zelfvertrouwen.

Het perfecte stuk dus voor een koninklijke opening van het Holland Festival in de stadsschouwburg. Naast veel politici en prominenten was hierbij ook Koningin Beatrix aanwezig. Allen waren getuige van een duistere, maar uiteindelijk louterende voorstelling, zeg maar een lofzang op het leven, met alle ellende en beperkingen die daar bijhoren.

Stadsschouwburg, Amsterdam, 31 mei. Te zien: 2 juni. www.hollandfestival.nl

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments