recensie


Balkenende begraven, Jeroen Krabbé minister-president

Als de weduwe Balkenende tijdens het eerste kabinetsberaad van de regering-Krabbé het woord neemt, schetst zij de contouren van een duister en verstikkend beleid. Homoseksualiteit, drugsgebruik en de Islam worden bij wet verboden en ieder gezin behoed voor satire en spot.

De eeuw van mijn dochter, de eerste theatertekst van dichter Ilja Leonard Pfeijffer, is niets minder dan een frontale aanval op een beleid waarin een terugkeer naar oude waarden en normen verheerlijkt wordt. Op het idee dat vroeger alles beter was. Of in de woorden van mevrouw Balkenende: ‘een lullig braderietje hier en daar, gebaren als schouderklopjes, boerenkool en weinig negers’.

Pfeijffer voert daartoe personages op als de vrouw en dochter van Balkenende en Jeroen Krabbé, consequent aangeduid als de grootste acteur van Nederland. In vijf bedrijven ontvouwt zich een klassieke tragedie, geschreven in rijmende alexandrijnen, met een uiterst actuele inhoud. Het strakke toneelbeeld en een onopvallende regie van Anny van Hoof leggen alle nadruk op de razende en bij vlagen fulminerende inhoud van de tekst.

Krabbé (Jaap Spijkers) trouwt de weduwe Balkenende (Nettie Blanken) met het doel om minister-president van Nederland worden. Maar daartoe moet hij wel de verleidingen van de jonge Amélie Balkenende zien te weerstaan.

De nietsontziende mevrouw Balkenende doorziet direct het ijdele plan van de acteur om premier Krabbé te worden. Maar ze ziet ook dat ze de acteur goed kan gebruiken om het beleid van haar overleden man voort te zetten.

Met een acteur als staatshoofd wordt Nederland het toneel van een regelrechte tragedie. Mét goden. Vanaf televisieschermen hoog in het decor kijken Zeus (Thijs Römer) en Athene (Eva Duijvenstein) toe hoe het lage Nederland afstevent op een catastrofe. Met Apollo (Michel Sluysmans) als de flitsend flamboyante en bezonnebrilde regisseur, de theaterman die het publiek geeft wat het wil.

Amélie Balkenende krijgt van Apollo de gave om, als een moderne Cassandra, in de toekomst te kunnen kijken en voorspelt dat Nederland ten onder zal gaan. Ze smeedt een obsceen plot om Krabbé ten val te brengen en daarmee het land te redden uit haar schijnbaar gelukzalige winterslaap.

Deze tekst moet voor de acteurs een feest zijn geweest. Römer en Sluysmans balanceren op het randje van cabaret, de kleine Lidewij Mahler is perfect gecast als Amélie Balkenende en Spijkers is heerlijk op dreef als een hilarische karikatuur van Jeroen Krabbé.

Meesterlijk is vooral Nettie Blanken als een keiharde, haast Rita Verdonk-achtige mevrouw Balkenende. Haar tierende monoloog tijdens het eerste kabinetsberaad, in rollende alexandrijnen geformuleerd en bekroond met een niet onverwacht doch welverdiend open doekje, is een hoogtepunt.

Pfeijffers toneeltekst is een woeste satire. Er wordt nogal eens op de lach gespeeld. Met zulke karikaturale personages is dat zeer verleidelijk. De kritiek op het positivistische beleid van het kabinet Balkenende blijft hard en ondubbelzinnig, maar verliest daardoor enigszins aan gevaarlijkheid.

Balkenende zelf was wel uitgenodigd voor deze première, maar kwam uiteindelijk niet. Hij miste daarmee een van de felste en leukste voorstellingen van het seizoen.

De eeuw van mijn dochter van Ilja Leonard Pfeijffer door Annette Speelt, regie Anny van Hoof. Theater aan het Spui, 17 maart. Tournee t/m 16 mei.

Reacties

reacties

Powered by Facebook Comments