Sommige dingen kunnen alleen op het Oerol Festival. Zoals een voorstelling die bestaat uit een site met historische archeologische vondsten. De Vlaamse theatergroep Compagnie KAiET! reconstrueerde de tragische geschiedenis van het Terschellingse buurtschap Goeverdingum dat in 1954 uit veiligheidsoverwegingen werd ontruimd en niet veel later onder het duinzand begraven. Aan de hand van opgravingen, een tentoonstelling en oude krantenberichten wordt in Archeologische vondsten: het verdronken dorp het best bewaarde geheim van Terschelling (en Oerol) onthuld.
Nog zoiets wat buiten Oerol onmogelijk lijkt: een uitverkochte voorstelling om 5 uur ’s ochtends ergens in een verlaten stuk bos. Het Utrechtse gezelschap De maan flikt het bijna dagelijks met hun sfeervolle locatieproject Gernika, geregisseerd door Ola Mafalaani. Er wordt intens geacteerd en gedanst, er klinkt flamenco en het publiek krijgt daarbij een complete maaltijd voorgeschoteld.
Het verhaal is gebaseerd op Ernest Hemingways For whom the bells tolls: twee jonge mensen worden op elkaar verliefd ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Maar door alle smakelijke afleiding eromheen blijven de verwikkelingen en beweegredenen van personages nogal in het vage hangen.
Ook is het onduidelijk waarom nu net een voorstelling waarbij een avondmaaltijd wordt geserveerd, zo vroeg gespeeld moet worden. Bijna zeker is dat de borden paella en de vele glazen rode wijn beter zullen vallen op het Amsterdamse Over het IJ festival, waar ze om 7 uur ’s avonds geprogrammeerd staan.
De vroege programmering van Gernika komt wel tegemoet aan de wens van artistiek directeur Joop Mulder om van Oerol een 24-uurs festival te maken. Een mooi idee: theater op ieder moment van de dag. Alleen zo lijkt het festival nog te kunnen groeien, en zijn kaarten voor bepaalde voorstellingen misschien iets minder vroeg uitverkocht.
Festivalhits waren dit jaar Isola bianca van Théâtre du Centaure, Robert Wilsons Walking en de muzikale happening Time Project (een concert van 4 synchroon spelende folkbands waarbij het publiek in het midden staat). Internationale producties dus.
Maar ook bij de oer-Hollandse, hoewel Duitstalige voorstelling Zum Wohl van mimegroep Suver Nuver kwam het publiek massaal opdagen. Gerardjan Rijnders regisseerde deze dwaze tragikomedie, waarin de drollen en wortels over het podium vliegen, neukende dwergen te zien zijn en uiteindelijk het hele halfgare decor in elkaar dondert.
Maar het leukste aan het festival blijven toch de plaatsgebonden en o zo typische Oerolervaringen. Spotters van Judith Hofland is nog zo’n voorstelling. Het is een vertederende audiotoer door het stadje West-Terschelling en omliggende duinen. Een klein meisje vertelt een spannend verhaal over haar opa. Ondertussen moet je geheime boodschappen doorgeven en proberen niet te verdwalen. De tocht zit vol verassingen, is prachtig vormgegeven door Hofland en blijkt uiteindelijk een stuk minder onschuldig dan gedacht.
Spotters is een geslaagd product van Oerols zogenaamde werkplaatsfunctie, waardoor interessante jonge theatermakers een plaats krijgen op het festival. Zij voorzien Oerol van karakter.
Oerol: nog t/m 22 juni. www.oerol.nl
Beste Kaieters,
Ik vond jullie archeolische site geweldig! Alleen: waarom waren er aan het eind van de wandeling geen sneeuwbollen te koop? Een pijnlijk gemis!
Groeten,
steven