Lachen doet lachen. Een goede lach werkt aanstekelijk. Bij een klucht of komedie lacht het publiek het hardst wanneer een van de acteurs uit zijn rol breekt door in de lach te schieten. Een oprechte lach. Maar ook zo’n moment is te imiteren. Kluchtenmakers weten dit en regisseren nu een dergelijke ‘oprechte lach’ in hun voorstelling. En dan werkt het ook, mits goed uitgevoerd.
Een lach hoeft alleen maar oprecht te lijken om aanstekelijk te zijn. Als die lach nu eens volledig uit zijn context getrokken wordt, op zichzelf staat, zou deze dan ook nog werken? Een voorstelling waarin iemand een uur lang alleen maar lacht, is dat leuk?
Dit is precies wat de Duitse choreograaf en theatermaker Antonia Baehr doet in haar performance Rire, waarvan de Nederlandse première deze week op het Something RAW festival plaatsvond. Niet zozeer omdat ze mensen aan het lachen wil krijgen. Ze wil het fenomeen onderzoeken. Met wetenschappelijke precisie ontleedt ze de bekende gezichtsexpressie die normaal met lol en geluk wordt geassocieerd. In Rire ontkoppelt ze de lach van zijn psychologische oorzaak. Ze richt zich volledig op de materialiteit ervan, ze gaat met andere woorden op zoek naar de diversiteit ervan in geluid, mimiek en ritme.
Het professionele lachebekje neemt haar onderzoek heel serieus. Ze benadert haar uitvoeringen als muziekstukken. Aan anderen heeft zij gevraagd om lachpartituren voor haar te componeren. Speciale stukken die enkel en alleen uit gelach bestaan; laag (ho ho ho), hoog (hihihihi), hysterisch (haaa ha ha haaa) of bijna geluidloos (ooooh). Gezeten achter een lessenaar met daarop de partituur, zoals Baehr het zelf noemt, en met behulp van een metronoom voert ze haar lachmonoloog tot op de seconde nauwkeurig uit. Soms gebruikt ze andere attributen om een bepaald aspect van een lach te benadrukken. Bijvoorbeeld stuiterballen, om een ritme aan te geven. En later een vergrootglas, om het publiek een blik te gunnen op haar verwrongen mond.
Baehrs fysieke controle is knap. Van een besmuikt gegrinnik tot een maniakale donderlach; ze slaagt erin om ze allemaal even ongecontroleerd en onbeheerst te laten klinken. Hoestend, hijgend en dubbelslaand wankelt ze dan over het podium. Totdat de partituur is afgelopen en ze onmiddellijk weer terugkeert naar haar neutrale expressieloze gezicht, beleefd een applaus in ontvangst neemt en zich opmaakt voor de volgende. Rire is absoluut lachen.
De controle die Baehr uitoefent over zoiets oncontroleerbaars als een lach is, in alle ernst, grappig. Het is niet zozeer de neplach zelf die hier aanstekelijk werkt, maar de ernstige toewijding van de performer: de uiterste concentratie die zij hiervoor aan de dag legt, de minutieus uitgewerkte lachsalvo’s en de droge analytische uitleg die zij sporadisch geeft.
Tegelijkertijd is het een test van het uithoudingsvermogen van de toeschouwers. Ze stopt namelijk niet meer met lachen. En dat maakt het ook een beetje eng wat ze doet. Iemand die lacht zonder aanleiding, dat is sowieso al een beetje sinister. Maar als ze dan niet meer stopt, wordt het op een gegeven moment angstaanjagend.
Zo bespeelt Baehr vele registers in een ogenschijnlijk eenvoudige, conceptuele performance. Maar ze gaat nog verder. Niet alleen zijn na afloop bij de kassa CD’s, DVD’s en boeken te koop, ook geeft ze op dit festival een lachworkshop, waarin ze samen met echte lachexperts dieper op de lachmaterie ingaat. Kijk, dat is lachen.
Theater Frascati, Amsterdam, 25/2. www.theaterfrascati.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments