Het was crisis en mensen wisten niet meer waar ze het vandaan moesten halen. In Geloof liefde hoop, een toneelstuk uit 1932 van Ödön von Horváth, probeert een gezonde, jonge vrouw haar lichaam te verkopen aan een anatomisch instituut. Maar de 150 mark die ze nodig heeft voor een werkvergunning blijkt het niet waard te zijn.
Von Horváth laat in zijn stuk de mensheid op zijn armzaligst zien, omringd door onverschilligheid en ongerechtigheid. Voor Toneelgroep Maastricht bewerkte Vlaams regisseur Domien Van Der Meiren deze tragedie vol uitvergrotingen tot een bittere komedie, waarin de hoop op een beetje medemenselijkheid steeds verder te zoeken is.
Op het podium staan een archiefkast en een muur met daarin een kapotte snoepautomaat. Daartussen zwerft de beetje naïeve vrouw, Elisabeth (ontroerend gespeeld door Lore Dijkman), heen en weer op zoek naar werk, geld en eten. Hoe onfortuinlijk haar lot ook is, ze blijft hoopvol. Zelfs op de meest uitzichtloze momenten kan ze niet anders dan in lachen uitbarsten.
Het is het klassieke verhaal van de ondergeschikte eenling tegen een harteloze maatschappij. In een reeks snel gemonteerde scènes ontmoet Elisabeth allerlei ambtenaren en functionarissen die het steevast te druk hebben met het behoud van hun eigen positie om zich over haar leed te bekommeren.
Ze krijgt zoal te maken met een hoofd- en onderpreparator in het anatomisch instituut, een rechercheur, vertegenwoordigers, een rechter, een zedeninspecteur en rijksagenten. Al deze figuren worden karikaturaal gespeeld door de enthousiaste, jonge acteursgroep. Dat benadrukt de absurditeit van het stuk, maar gaat ook ten koste van de sociale subtekst.
Eigenaardig is ook het taaltje dat ze spreken. Dit staat bol van de holle frasen die een juridische precisie lijken te suggereren, met een schrijnende afstandelijkheid als gevolg. De vertaling door Arie de Mol, artistiek leider van Toneelgroep Maastricht, werkt vervreemdend en geeft de voorstelling een dwingend en meeslepend ritme.
Terwijl een gekmakende soundtrack zachtjes, maar onophoudelijk klinkt, rennen en roepen de acteurs over het podium in een poging al die krankzinnige dubbelrollen neer te zetten. Dat dit lukt, is te danken aan de strakke hand van de regisseur die de scènes compact, intens en begrijpelijk houdt. Van Der Meiren heeft zonder twijfel een goede absurde komedie in de vingers.
In veel opzichten doet Geloof liefde hoop denken aan het werk van tijdgenoot Bertolt Brecht en ook aan de kermisachtige bewerking van Von Horváths Kasimir en Karoline vorig jaar door Johan Simons en Paul Koek. Het is vitaal theater over het menselijk onvermogen.
Gezien: Derlon Theater, Maastricht, 16 januari. Tournee t/m 17 april: www.toneelgroepmaastricht.nl
Reacties
Powered by Facebook Comments